Borax als homeopathisch middel:
Borax (Natriumbiboraat) **
1 – CHEMISCHE OF WETENSCHAPPELIJKE IDENTITEIT
Borax, chemische naam natriumtetraboraat decahydraat, ook bekend als natriumbiboraat of natriumboraat.
2 – OORSPRONG VAN HET MIDDEL
Borax is een mineraal en chemische verbinding.
- Borax is een natuurlijk voorkomend boorminezout.
- Het wordt gewonnen uit gedroogde meren en zoutpannen, met name in Californië, Turkije en Tibet.
- Historisch gebruik: conserveringsmiddel, reinigingsmiddel en antisepticum.
- In de volksgeneeskunde werd borax gebruikt bij aften, huidinfecties en vaginale ontstekingen.
- Als homeopathisch middel valt het in de categorie mineralen en zouten.
3 – HOMEOPATHISCHE THEMA'S VOLGENS RAJAN SANKARAN
- Miasme: Acuut miasma. Sankaran plaatst Borax in het acute miasma vanwege de plotselinge, intens gevoelde dreiging bij zintuiglijke prikkels zoals geluiden en beweging.
- Grondthema: een gevoel van plotseling, onverwacht gevaar.
- Extreme schrikachtigheid als overlevingsreactie op acute prikkels.
- Het organisme reageert alsof elke onverwachte prikkel een directe bedreiging is.
- Sensatie van plots vallen of neerstorten, met bijhorende paniek.
- Angst als kernbeweging: alles wat neergaat, scheelt of onvast aanvoelt, wordt als bedreigend ervaren.
4 – HOMEOPATHISCHE THEMA'S VOLGENS JAN SCHOLTEN
Scholten plaatst Borax in de Koolstofserie (Periode 2), Stadium 3.
- Koolstofserie: thema's van individualiteit, identiteit en het gevoel van afzonderlijk zijn als persoon.
- Stadium 3: twijfel, aarzelen, wil vasthouden maar durft nog niet los te laten.
- Kernvraag: "Ben ik verbonden aan mijn moeder of ben ik er los van?"
- Thema van de navelstreng: de overgang van gebondenheid naar onafhankelijkheid.
- Verwarring over de eigen persoonlijkheid en identiteit.
- Meervoudigheid van het zelf: twijfel of men één persoon is.
- Wil vasthouden aan het bekende; loslaten wordt ervaren als vallen.
- Natrium als component: thema's van relatie, contact en gevoeligheid.
- Boraat (boor): draagt bij aan het thema van broos zijn en makkelijk breken.
5 – PSYCHE VAN HET MIDDEL
- Extreme schrikachtigheid, met name voor plotselinge geluiden.
- Angst voor neergaande beweging (wieg, schommel, glijbaan, lift).
- Gevoel van onzekerheid over de eigen identiteit.
- Twijfel: weet niet wat hij of zij wil.
- Innerlijke verwarring: meelevend maar tegelijk onzeker.
- Nervositeit en prikkelbaarheid vóór mictie en stoelgang.
- Rusteloos van aard zonder duidelijke oorzaak.
- Angst voor infecties en onweer.
- Kinderen worden huilend en schreeuwend wakker, met name vóór 23 uur.
- Prikkelbaar en huilend vóór stoelgang, nadien merkbaar beter.
6 – OBSERVATIES TIJDENS DE CONSULTATIE
- Entropion van de oogleden is karakteristiek bij dit middel.
- Glanzend rode neuspunt, met name bij jonge vrouwen.
- Erysipelas van het gelaat tijdens de zwangerschap.
- Aften in de mond zijn zichtbaar of worden spontaan vermeld.
- Zuigelingen kijken angstig wanneer ze neergelegd worden.
- Serotiene zuigelingen met een bleek gelaat.
- Combinatie van geluidsgevoeligheid met aften of herpetische uitslag is karakteristiek.
7 – SPECIFIEKE KENMERKEN BIJ KINDEREN
- Schrikachtige zuigelingen, met name voor lawaai en neergaande beweging.
- Angst wanneer ze in de wieg worden gelegd.
- Op latere leeftijd angst voor schommels, glijbanen en liften.
- Kinderen die slecht drinken en slecht groeien.
- Aften: heet, pijnlijk; baby's huilen bij het drinken.
- Diarree bij kinderen, verergerd door fruit.
- Kinderen worden huilend en schreeuwend wakker uit de slaap (tot 23 uur).
- Nachtmerries zijn frequent aanwezig.
- Prikkelbaar en huilend vóór mictie; beter erna.
8 – LICHAMELIJKE KLACHTEN EN LOKALE SYMPTOMEN
- Mond en slijmvliezen: stomatitis, glossitis, aften; heet, pijnlijk, baby's huilen bij drinken; herpes rond de lippen.
- Hoofd: hoofdpijn om 10 uur.
- Ogen: entropion van de oogleden.
- Neus: glanzend rode neuspunt bij jonge vrouwen.
- Huid: erysipelas van het gelaat tijdens de zwangerschap.
- Spijsvertering: diarree bij kinderen, verergerd door fruit; hete, bijtende afscheidingen van de slijmvliezen van het spijsverteringskanaal.
- Blaas: blaasaandoeningen; prikkelbaar en huilend vóór mictie, beter erna.
- Vrouwelijke geslachtsorganen: fluor albus; dysmenorrhoea membranacea; infertiliteit.
- Borst: tijdens lactatie pijn in de borst die niet wordt gezoogd.
- Algemeen: verzwering van slijmvliezen; klachten van zuigeling en zogende moeder tegelijk.
- Palliatief gebruik: ulcera in de mond ten gevolge van chemotherapie (Bagot).
9 – PALLIATIEVE TOEPASSING
- Borax wordt overwogen bij orale mucositis en aften als gevolg van chemotherapie.
- Bagot vermeldt dit middel specifiek voor ulcera in de mond bij oncologische behandeling.
- Het middel kan ondersteuning bieden wanneer de slijmvliezen van het spijsverteringskanaal ernstig aangetast zijn.
- Bijzonder geschikt wanneer de aften heet, pijnlijk en bijtend zijn.
- Angst en schrikachtigheid bij palliatieve patiënten kunnen eveneens een indicatie vormen.
10 – MODALITEITEN EN VOEDINGSPATROON
Verlangens:
- Appels
- Zuur
- Koud water
Aversies:
- Vlees
- Tabak
Beter door:
- Na 23 uur
- Na mictie en defecatie
- Druk
- Buiten wandelen, frisse lucht
Slechter door:
- Om 10 uur
- Geluiden (plotselinge geluiden, knallen, niezen)
- Neergaande beweging
- Na de menstruatie
- Vóór mictie en defecatie
- Fruit, appels, peren, zuur, heet voedsel
11 – REPERTORISATIETERMINOLOGIE
- FEAR, falling, of | Angst voor vallen
- FEAR, noise, from | Angst voor geluiden
- STARTING, noise, from | Schrikken bij geluiden
- STARTING, sleep, during | Schrikken tijdens de slaap
- MOTION, downward, aggravates | Neergaande beweging verergert
- APHTHAE, mouth | Aften in de mond
- NURSING, women, complaints of | Klachten bij zogende vrouwen
- LEUCORRHOEA, membranous | Dysmenorrhoea membranacea / vliezig fluor
13 – DIFFERENTIAALDIAGNOSE: VERGELIJKBARE MIDDELEN
Borium metallicum (Bor.)
- Kies voor Borium metallicum bij een dominantie van angst voor vallen en geluiden, gecombineerd met twijfel over de eigen persoonlijkheid, zonder de uitgesproken slijmvliesaantasting.
- Onderscheid: bij Borax staan aften, herpetische uitslag en slijmvliesklachten op de voorgrond; bij Borium metallicum ontbreekt dit klinische beeld.
Natrium muriaticum (Nat-m.)
- Kies voor Natrium muriaticum bij grote gevoeligheid met herpes labialis, hoofdpijn en neiging tot introversie en verdriet na verlies.
- Onderscheid: Natrium muriaticum mist de karakteristieke angst voor neergaande beweging en de schrikachtigheid bij geluiden die Borax zo typeren.
Calcarea carbonica (Calc-c.)
- Kies voor Calcarea carbonica bij een vergelijkbare schrikachtigheid en angst, maar bij een robuuster, mollig kind met transpiratie van het hoofd en tragere ontwikkeling.
- Onderscheid: Calcarea carbonica vertoont niet de specifieke angst voor neergaande beweging, noch de aften en slijmvliesproblematiek die bij Borax centraal staan.
Chamomilla (Cham.)
- Kies voor Chamomilla bij een huilend, niet te troosten kind dat alleen rustig wordt als het gedragen wordt.
- Onderscheid: Chamomilla-kinderen worden juist rustig bij draag- en wiegbewegingen; bij Borax veroorzaakt precies die beweging de angst en het huilen.
Voeg een nieuwe reactie toe
Login om te reageren