Calcarea phosphoricum als homeopathisch middel
Calcarea phosphorica (Calc-p.)** – Calciumfosfaat
1 – CHEMISCHE OF WETENSCHAPPELIJKE IDENTITEIT
Tricalciumfosfaat, Ca₃(PO₄)₂, het belangrijkste minerale bestanddeel van beenderen en tanden; synoniem: Calcium phosphoricum.
2 – OORSPRONG VAN HET MIDDEL
Het mineraal zelf:
- Calciumfosfaat is een anorganisch zout dat van nature voorkomt in bot, tandweefsel en kraakbeen.
- Het is het structurele mineraal bij uitstek van het menselijk skelet.
- Homeopathisch wordt het bereid door het samenbrengen van verdunde fosforzuur en calciumhydroxide, waarna precipitatie plaatsvindt.
- Het eindproduct is een fijn wit poeder dat vervolgens getritureerd wordt.
3 – HOMEOPATHISCHE THEMA'S VOLGENS RAJAN SANKARAN
- Calcium – stadium 10: de vraag luidt: "Kan ik alleen zijn? Moet ik hier nog zijn? Kan ik loslaten?"
- Phosphoricum – stadium 15: identiteit los van wat gegeven is; "ik ben jou niet"; het individu onderscheidt zich van de groep.
- De combinatie schept een spanning tussen enerzijds aanhankelijkheid en onzekerheid (Calcium) en anderzijds het verlangen naar communicatie, contact en eigenheid (Phosphoricum).
- De patiënt is onzeker over zijn eigen capaciteiten, maar tegelijk sociaal en communicatief ingesteld.
- De angst dat anderen hem dom of stom vinden, is het centrale psychische thema.
- Klachten bij onvoldoen aan verwachtingen, falen op school of op het werk.
- Miasme: Tuberculinisch. Sankaran plaatst Calc-p. in het tuberculinische miasme vanwege de rusteloosheid, het verlangen naar verandering, reislust en de neiging tot onvrede en chronische uitputting bij inspanning.
4 – HOMEOPATHISCHE THEMA'S VOLGENS JAN SCHOLTEN
- Scholten plaatst Calc-p. in stadium 10 (Calcium) gecombineerd met stadium 15 (Phosphoricum), beiden in de IJzerserie (periode 4).
- Stadium 10 – Calcium: het moment van volheid maar ook van beginnen los te laten; de vraag naar veiligheid en steun staat centraal.
- Stadium 15 – Phosphoricum: communicatie, verbinding met anderen, vriendschappen, nieuwsgierigheid en reizen.
- Scholten omschrijft de polariteit van dit middel in twee assen:
Calciumkant: wat vinden anderen van hem; kritiekgevoeligheid; onzekerheid; verlegenheid; angsten; afschermen; terugtrekken.
Phosphoricumkant: communicatie; meelevend; vrienden, kennissen en buren; broers; heimwee; nieuwsgierigheid en reizen; rusteloosheid. - De patiënt is extreem gevoelig voor wat anderen denken over zijn leercapaciteiten.
- Hij decompenseert wanneer studie of intellectuele prestaties mislukken.
5 – PSYCHE VAN HET MIDDEL
- Open, sociaal en meelevend; heeft behoefte aan contacten en verbinding.
- Leergierig en nieuwsgierig, maar snel verveeld als er geen nieuwe prikkels zijn.
- Sterk verlangen naar afwisseling, verplaatsing en reizen.
- Ontzettend gevoelig voor wat anderen denken over zijn intelligentie en prestaties.
- Angst om dom of stom bevonden te worden.
- Decompenseert wanneer schoolprestaties tegenvallen: ontevredenheid, ongedurigheid en lichamelijke klachten.
- Diepe heimwee bij afwezigheid van vertrouwde omgeving of geliefden.
- Angsten: alleen zijn, ziekte, dood, onweer, opgetild worden uit de wieg (bij zuigelingen).
- Zucht frequent; kreunt in de slaap.
- Geestelijke en lichamelijke zwakte gaan hand in hand.
6 – OBSERVATIES TIJDENS DE CONSULTATIE
- Mager en lang van gestalte; soms met een slappe, voorovergebogen houding.
- Fontanel sluit laat; trage lichamelijke ontwikkeling zichtbaar bij jonge kinderen.
- Anemisch, bleek uiterlijk; acne in de puberteit.
- Bloedingsneiging: blauwe plekken zonder duidelijke oorzaak.
- Open en communicatief in het gesprek; legt makkelijk contact.
- Diepe slaap met moeilijk wakker worden.
- Zucht spontaan tijdens het gesprek.
- Beweegt rusteloos of wisselt regelmatig van houding.
7 – SPECIFIEKE KENMERKEN BIJ KINDEREN
- Magere, lange kinderen die te snel groeien met groeipijnen.
- Vertraagde fontanelsluiting en trage tandontwijking.
- Recidiverende hoofdpijn door te hard of te lang studeren.
- Moeilijke en pijnlijke dentitie.
- Acne in de puberteit.
- Diarree met winderigheid; buik- en maagklachten.
- Nekpijn bij tocht, alsof de bloedtoevoer wordt afgeknepen.
- Scoliose door zwakte van de wervels en slappe houding.
- Sterk heimwee bij logeerpartijen of schoolreizen.
- Snel verveeld; nood aan nieuwe ervaringen en prikkels.
- Anemie, moeheid en bloedingsneiging tijdens de groeifase.
8 – LICHAMELIJKE KLACHTEN EN LOKALE SYMPTOMEN
- Bewegingsapparaat: Groeipijnen. Te snelle groei met botpijn. Exostosen. Slechte botgenezing na fracturen. Scoliose. Nekpijn bij tocht. Reumatische klachten met trage genezing rond gewrichten en weke delen.
- Hoofd: Hoofdpijn bij kinderen en pubers door intellectuele overbelasting.
- Gebit en tanden: Moeilijke dentitie. Slechte kalksynthese; broze tanden.
- Huid: Acne in de puberteit.
- Tractus digestivus: Buik- en maagklachten. Diarree met winderigheid. Slecht herstel na acute gastro-intestinale ziekten.
- Klieren: Vergrote lymfeklieren. Zwakte van het klierweefsel.
- Zenuwen: Paresthesieën. Zwakte en uitputting van het zenuwstelsel.
- Bloed: Bloedingsneiging. Anemie. Blauwe plekken bij licht trauma.
- Slaap: Diepe slaap met grote moeite om wakker te worden. Kreunen tijdens de slaap.
- Algemeen: Geestelijke en lichamelijke zwakte. Slecht herstel na acute ziekte. Rechtszijdige klachten. Pijn op een kleine, afgebakende plek.
9 – PALLIATIEVE TOEPASSING
- Bij palliatieve patiënten met botpijn door metastasen of slechte botgenezing.
- Bij patiënten met grote nood aan sociaal contact en verbinding, ook in een palliatieve setting.
- Bij diepe vermoeidheid en geestelijke uitputting die niet herstelt na rust.
- Bij kinderen in een palliatieve of langdurig zieke context met heimwee en angst om alleen te zijn.
- Bij cachexie met anemie, zwakke weefsels en recidiverende infecties.
- Bij bloedingsneiging of slechte wondgenezing in combinatie met het constitutionele beeld.
10 – MODALITEITEN EN VOEDINGSPATROON
Verlangens:
- Ham, gerookt vlees en rookvlees
- Gekruid voedsel
- Zoet
- Zout
- Koud drinken
Aversies:
- Zout
- Vis
- Zoet
- Moedermelk
Beter door:
- Zomer
- Droge warmte
- Wrijven
Slechter door:
- Kou
- Tocht
- Smeltende sneeuw
- 15.00 uur
- 21.00 uur
- Bewegen
- Onweer
11 – REPERTORISATIETERMINOLOGIE
- MIND; HOMESICKNESS – Gemoed; Heimwee
- MIND; DISCONTENT – Gemoed; Ontevredenheid
- MIND; RESTLESSNESS; travel, desire to – Gemoed; Rusteloosheid; reizen, verlangen naar
- GENERALS; GROWTH; too rapid – Algemeenheden; Groei; te snel
- GENERALS; COLD; wet weather; agg. – Algemeenheden; Koude; nat weer; verergering
- GENERALS; WEAKNESS; puberty, in – Algemeenheden; Zwakte; puberteit, tijdens de
- EXTREMITIES; PAIN; bones; growing pains – Ledematen; Pijn; botten; groeipijnen
- HEAD; PAIN; school children, in – Hoofd; Pijn; schoolkinderen, bij
13 – DIFFERENTIAALDIAGNOSE: VERGELIJKBARE MIDDELEN
Calcarea carbonica
- Kies Calc. bij een dikker, trager, kouwelijker kind met groot hoofd, zweten op het achterhoofd en angst om bekeken te worden.
- Het beslissende onderscheid: Calc. is ingetogen, routinegericht en introvert; Calc-p. is slank, sociaal, communicatief en rusteloos.
Tuberculinum bovinum
- Kies Tub. bij een kind met grote onvrede, destructief gedrag, verlangen naar reizen en voorkeur voor gerookt vlees en ham.
- Het beslissende onderscheid: Tub. heeft een uitgesproken neiging tot destructie en verzet; bij Calc-p. staat heimwee en onzekerheid over intellectuele prestaties meer op de voorgrond.
Phosphorus
- Kies Phos. bij een warm, uitgesproken empatisch en sociaal persoon met bloedingsneiging en angst voor het donker en onweer.
- Het beslissende onderscheid: Phos. is warmbloedig en enthousiast zonder de structurele bot- en groeiproblematiek; bij Calc-p. staan skeletale zwakte en groeipijnen centraal.
Silicea
- Kies Sil. bij een mager, kouwelijk, verlegen kind met zwakke botten, slechte wondgenezing en groot doorzettingsvermogen onder de oppervlakte.
- Het beslissende onderscheid: Sil. is gesloten, teruggetrokken en extreem kouwelijk; Calc-p. is open, sociaal en zoekt actief contact en afwisseling.
Natrium muriaticum
- Kies Nat-m. bij een gereserveerde, introvert geworden jongere na teleurstelling of verlies, met neiging tot isolement en vasthouden aan verdriet.
- Het beslissende onderscheid: Nat-m. trekt zich terug na pijnlijke ervaringen en vermijdt troost; Calc-p. blijft sociaal gericht en zoekt actief contact en nabijheid.
Voeg een nieuwe reactie toe
Login om te reageren