Cannabis indica als homeopathisch middel
Cannabis indica (Cann-i.) **
Hashish
1 – CHEMISCHE OF WETENSCHAPPELIJKE IDENTITEIT
Cannabis indica Lam., synoniem Cannabis sativa var. indica; de psychoactieve werking berust hoofdzakelijk op tetrahydrocannabinol (THC) en cannabidiol (CBD); de homeopathische oertinctuur wordt bereid uit de verse bloeiende toppen van de vrouwelijke plant.
2 – OORSPRONG VAN HET MIDDEL
De plant zelf:
- Cannabis indica is een éénjarige kruidachtige plant, oorspronkelijk afkomstig uit Centraal-Azië en het Indisch subcontinent.
- De plant heeft gevinde bladeren met getande blaadjes en produceerde hars die rijk is aan cannabinoïden.
- Zij groeit het best in warme, droge klimaten en bereikt een hoogte van één tot drie meter.
- De vrouwelijke plant produceert de meeste werkzame stof in de bloeiende toppen (knoppen en hars).
Medicinale toepassingen in fytotherapie of volksgeneeskunde:
- Cannabis werd al millennia gebruikt in de Indische Ayurvedische geneeskunde als analgeticum, sedativum en bij spastische aandoeningen.
- In de volksgeneeskunde werd het ingezet bij pijn, slapeloosheid, angst, epilepsie en als eetlustopwekkend middel.
- Hashish (geconcentreerde hars) werd in de negentiende eeuw door westerse artsen onderzocht als pijnstiller en anti-epilepticum.
- Moderne toepassingen van cannabis omvatten pijnstilling bij kanker, misselijkheidsbestrijding bij chemotherapie en spasticiteitsbehandeling bij multiple sclerose.
Homeopathische thema's van de plantenfamilie (Cannabinaceae, orde Urticales):
- De Cannabinaceae zijn planten met een krachtige psychoactieve werking op het centrale zenuwstelsel.
- Het centrale homeopathische thema is de verstoring van de realiteitsperceptie: tijd, ruimte en identiteit.
- Andere middelen uit de naastgelegen familie Urticaceae: Urtica urens.
- Cannabis sativa (Cann-s.) behoort tot dezelfde soort en vertoont verwante maar meer lichamelijk gerichte thema's.
Positie in het systeem van Michal Yakir:
- De Cannabinaceae bevinden zich in kolom 5 (hogere planten met complexe psychische thema's).
- Rij 5 (angiospermen): thema's van afsluiting, innerlijke wereld versus buitenwereld, vervreemding.
- Kernthema: de grens tussen innerlijke en uiterlijke werkelijkheid wordt vloeiend en onbetrouwbaar.
3 – HOMEOPATHISCHE THEMA'S VOLGENS RAJAN SANKARAN
- Het centrale gevoel is derealisatie: de patiënt ervaart een breuk tussen zijn innerlijke beleving en de externe werkelijkheid.
- Tijd ervaart hij als onmetelijk traag; ruimte lijkt eindeloos groot.
- Er is een intens gevoel van extase en exaltatie, gevolgd door angst en controleverlies.
- De patiënt theoretiseert intensief om grip te krijgen op zijn vervreemde belevingen.
- Hij is verward over zijn eigen identiteit en meent soms helderziend of heldervoelend te zijn.
- De spanning tussen exaltatie enerzijds en doodsangst anderzijds is het centrale polariteitspaar.
- Angst voor het donker en voor krankzinnigheid zijn kenmerkende bijsymptomen.
- Miasme: Sycotisch miasme. Sankaran plaatst Cann-i. hier vanwege de neiging tot overdrijving, expansie van de beleving, exaltatie en het verbergen van de innerlijke chaos achter een façade van grandiositeit en theoretiseren.
4 – HOMEOPATHISCHE THEMA'S VOLGENS JAN SCHOLTEN
Deze sectie wordt niet verder uitgewerkt.
5 – PSYCHE VAN HET MIDDEL
- Angst voor paniekaanvallen; angst gek te worden.
- Angst voor het donker en voor controleverlies.
- Exaltatie: theoretiseren, praatzucht, wilde fantasieën en ideeën.
- Verwardheid over eigen identiteit; weet niet zeker wie of wat hij is.
- Derealisatie: de tijd gaat te langzaam; ruimte lijkt onmetelijk groot.
- Wanen en hallucinaties, ook zonder middelengebruik.
- Indruk van helderziendheid of heldervoelendheid.
- Gevoel onder bovenmenselijke controle te staan.
- Minderwaardigheidsgevoel als tegenpol van de grandioze gedachten.
- De patiënt rationaliseert zijn beleving intensief om ze te begrijpen en te beheersen.
6 – OBSERVATIES TIJDENS DE CONSULTATIE
- Patiënt praat veel, springt van onderwerp naar onderwerp.
- Theoretiseert uitgebreid over zijn klachten of over het leven in het algemeen.
- Verward, maar soms ook helder en scherp observerend.
- Angstig bij het naderen van het einde van het gesprek of bij stilte.
- Kledij los en ruim; knoopt snel bovenste knoop los (intolerantie voor strakke kleding).
- Gevoelig voor geluiden; schrikt op bij onverwachte geluiden.
- Loopt zwak of onzeker; zwakte bij lopen is merkbaar.
- Gevoel van zweven of licht zijn bij het opstaan.
7 – SPECIFIEKE KENMERKEN BIJ KINDEREN
- Angstaanvallen met paniek en angst in het donker.
- Hallucinaties of angst voor monsters bij het slapengaan.
- Verwardheid over tijd en ruimte bij hoge koorts of na shock.
- Overmatig theoretiseren en fantaseren bij oudere kinderen.
- Gevoel van zweven of niet in het eigen lichaam zitten.
- Klachten van het urogenitaalstelsel bij adolescenten.
- Extreme gevoeligheid voor geluiden in de omgeving.
8 – LICHAMELIJKE KLACHTEN EN LOKALE SYMPTOMEN
- Zenuwstelsel en psyche: Gevoel van zweven, uittreding en levitatie. Zeer grote gevoeligheid voor geluiden. Wanen en hallucinaties. Derealisatie en depersonalisatie.
- Hoofd: Hoofdpijn als door een klap op het achterhoofd.
- Mond: Droge mond.
- Hals: Constrictiegevoel in de hals; knellende kleding verergert.
- Luchtwegen en hart: Hoest bij hartaandoening. Hoest door irritatie of constrictie van de larynx. Palpitaties.
- Circulatie: Circulatiestoornissen met hartkloppingen. Pericarditis, acuut en chronisch. Decompensatio cordis met vochtophoping. Congestief hartfalen. Onregelmatige, trage pols. Hypotensie. Angina pectoris.
- Tractus urogenitalis: Urogenitale symptomen (wisselend beschreven in de literatuur).
- Slaap: Kan niet op de linkerzijde liggen.
- Huid: Wonden met blauwe hof; pijnlijke wonden.
- Genitalia vrouw: Ovarium links pijnlijk.
- Algemeen: Zwakte bij lopen. Gevoel van een inwendige bal. Urine met rood zanderig sediment. Steekpijn langs de ureteren. Uterusbloedingen met grote klonten.
9 – PALLIATIEVE TOEPASSING
- Bij terminale patiënten met derealisatie, verwardheid over tijd en ruimte en angst voor de dood.
- Bij existentiële paniektoestanden in de stervensfase.
- Bij patiënten die hun situatie niet kunnen aanvaarden en blijven theoretiseren over hun ziekte.
- Bij angst voor het donker en voor alleenzijn in de nachtelijke uren.
- Bij palliatieve patiënten met angina pectoris en constrictief hartgevoel (zie DD met Cactus).
- Bij urogenitale pijn of bloedingen in een palliatieve context met het bijpassende constitutionele beeld.
- Bij patiënten die een sterk gevoel van vervreemding van het eigen lichaam ervaren door ziekte of medicatie.
10 – MODALITEITEN EN VOEDINGSPATROON
Verlangens:
- Geen verlangingen vermeld in het schema.
Aversies:
- Geen aversies vermeld in het schema.
Beter door:
- Frisse lucht
- Koud water
- Rust
- Kleren losmaken
Slechter door:
- Donker
- Inspanning
- Koffie
- Alcohol
- Tabak
- 's Morgens
11 – REPERTORISATIETERMINOLOGIE
- MIND; DELUSIONS; body; larger, is – Gemoed; Wanen; lichaam; groter is
- MIND; DELUSIONS; time; passes too slowly; appears longer – Gemoed; Wanen; tijd; gaat te traag; lijkt langer
- MIND; FEAR; insanity, of – Gemoed; Angst; krankzinnigheid, voor
- MIND; EXALTATION – Gemoed; Opgetogenheid
- MIND; THEORIZING – Gemoed; Theoretiseren
- MIND; CONFUSION; identity, as to his – Gemoed; Verwardheid; identiteit, over zijn
- GENERALS; FLOATING sensation – Algemeenheden; Zwevend gevoel
- MIND; LOQUACITY – Gemoed; Praatzucht
13 – DIFFERENTIAALDIAGNOSE: VERGELIJKBARE MIDDELEN
Cannabis sativa
- Kies Cann-s. bij meer lichamelijk gerichte klachten, met name van het urogenitaalstelsel, brandende pijn bij mictie en gonorroe-achtige uitscheidingen.
- Het beslissende onderscheid: Cann-s. heeft een overwegend lichamelijke presentatie; Cann-i. heeft een uitgesproken psychisch beeld van derealisatie, exaltatie en identiteitsverwarring.
Stramonium
- Kies Stramonium bij heftige psychose met extreme angst voor het donker, gewelddadig gedrag en sterk verlangen naar licht en gezelschap.
- Het beslissende onderscheid: Stramonium toont een explosieve, gewelddadige psychose; Cann-i. vertoont eerder een droom-achtige, fantaserende en theoriegerichte toestand zonder de extreme agressie.
Belladonna
- Kies Belladonna bij acute koortsdelier met wijde pupillen, rood gelaat, hallucinaties en intense fotofobie en fonofobie.
- Het beslissende onderscheid: Belladonna is altijd acuut en heftig met hoge koorts; Cann-i. heeft een meer chronisch of subacuut psychisch beeld van derealisatie zonder noodzakelijke koorts.
Phosphorus
- Kies Phosphorus bij een open, sociaal, empatisch en enthousiast persoon met angst voor onweer en het donker, maar met een heldere identiteitsbeleving.
- Het beslissende onderscheid: Phosphorus heeft geen derealisatie of identiteitsverwarring; bij Cann-i. is de grens tussen innerlijke beleving en werkelijkheid fundamenteel verstoord.
Lachesis
- Kies Lachesis bij een spraakzame, jalouze, gepassioneerde patiënt met hartklachten, intolerantie voor knellende kleding en verergering na de slaap.
- Het beslissende onderscheid: Lachesis mist de derealisatie en de psychedelische belevingswereld van Cann-i.; de spraakzaamheid van Lachesis is scherp en polemisch, die van Cann-i. is verwaard en theoretisch.
Voeg een nieuwe reactie toe
Login om te reageren